equator
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde), (landmeetkunde) de denkbeeldige scheidslijn tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond op aarde of op de hemelglobeHet vlak van de equator staat haaks op de aardas, midden tussen de polen. en strekt zich uit tot aan de hemelglobe.
- (biologie), (anatomie) de grens van het tandvleesDe prothetische equator van de afzonderlijke tanden.
Etymologie
*Van het Latijnse "aequare" (gelijkmaken, evenaren)
Vertalingen
Engelsequator
Franséquateur
DuitsÄquator
Spaansecuador
Italiaansequatore
Zweedsekvator
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek