Evenaar

mannelijk (de)/ˈevəˌnar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
    Bij het voor het eerst passeren van de evenaar werden passagiers aan boord van schepen met Neptunus geconfronteerd.
  2. verouderd (verouderd) dat wat gelijk van gewicht is, evenwicht Nederduitsch taalkundig woordenboek. (1807-1811)
    ..die den evenaar van de fransche en spaansche Mogentheden noode zagen overslaan.

Etymologie

*evenáár: "evenaren" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsequator
Franséquateur
DuitsÄquator
Spaansecuador
Italiaansequatore
Zweedsekvator