ervaren

/ɛrˈvarə(n)/

Wat is de betekenis van ervaren?

ervaren betekent: iets beleven, doormaken, ondervinden

Betekenis

werkwoord
  1. iets beleven, doormaken, ondervinden

Voorbeelden van "ervaren" in een zin

  • De meesten ervaren dit als onaangenaam.
  • Zijn sturing werd ervaren als een anker.
  • Er ontstaat een soort gelukscocktail zodra je de hele dag loopt. Een mix van endorfine, serotonine, dopamine, oxytocine en testosteron. Als je deze hormonen allemaal tegelijk ervaart geven ze een wonderlijk gevoel dat net zo verslavend is als elke harddrug.

Betekenis en uitleg van ervaren

Het woord 'ervaren' verwijst naar het verwerven van kennis of vaardigheden door persoonlijke belevenis of praktijk. Het betekent dat iemand iets heeft meegemaakt of geleerd door actief deel te nemen aan een situatie.

Je gebruikt 'ervaren' vaak om aan te geven dat iemand niet alleen theoretische kennis heeft, maar ook praktische inzichten heeft opgedaan. Dit kan in verschillende contexten, zoals werkervaring, levenslessen of het ondergaan van specifieke situaties. Het woord draagt een nuance van wijsheid en begrip die voortkomt uit directe betrokkenheid.

Voorbeelden

  • Na jarenlang in de bouw te hebben gewerkt, is hij een ervaren vakman geworden.
  • Zij is een ervaren reiziger en weet precies hoe ze zich moet voorbereiden op een lange reis.
  • De ervaren leraar kon de aandacht van zijn leerlingen gemakkelijk vasthouden.

Woordoorsprong

Het woord 'ervaren' komt van het Oudnederlandse 'ervaren', wat 'ondervinden' of 'ervaring opdoen' betekent.

Veelgestelde vragen over ervaren

Wat is de betekenis van ervaren?

ervaren betekent: iets beleven, doormaken, ondervinden

Hoe gebruik je ervaren in een zin?

Voorbeeld: “De meesten ervaren dit als onaangenaam.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ondervinden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420

Vertalingen

Engelsexperienced, experience
Fransexpérimenté
Duitserfahren, erfahren
Spaanscon experiencia, ducho, experimentado
Poolsdoświadczony, doświadczyć, przejść