excuseren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een verontschuldiging (excuus) uiten
    Hij excuseerde het gebrek aan gegevens met een verwijzing naar de problemen die de expeditie had ondervonden.
  2. refl (refl) zich ~ om begrip vragen voor zijn -gewoonlijk onbedoelde of opgelegde- gedrag
    Hij excuseerde zich dat hij vroeg vertrekken moest.
  3. ov (ov) afzien van aanmerkingen of straf
    Hij besloot de afwezigheid van de studenten te excuseren vanwege het slechte weer.

Etymologie

*afgeleid van het Franse excuser () [https://fr.wiktionary.org/wiki/excuser Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsexcuse
Fransexcuser
Spaansdisculpar, excusar