expres
mannelijk (de)/ɛkˈsprɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spoorwegen) verkorte vorm van exprestreinHij ging met de expres op vakantie.
Etymologie
#met opzet
Vertalingen
Engelsdeliberately, on purpose, express
Fransexprès, délibérément, express
Duitsabsichtlich
Spaansa caso hecho, adrede, adredemente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek