expresbrief

mannelijk (de)/ɛkˈsprɛzbrif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een poststuk dat men met grote spoed bezorgt
    Het oude tarief van zeven gulden voor een expresbrief door heel Nederland blijft voorlopig gelden voor wat nu EMS Express heet. Deze dienst haalt brieven nog slechts tweemaal per dag af op postkantoren. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag werden expresse-stukken voorheen vier maal per dag bij postkantoren opgehaald, om 10.00, 12.00, 15.00 en 17.00 uur. NRC Juurd Eijsvoogel 27 juni 1990 [https://www.nrc.nl/nieuws/1990/06/27/nieuwe-sneldiensten-moeten-ptt-uit-rode-cijfers-halen-6933853-a152227 Nieuwe sneldiensten moeten PTT uit rode cijfers halen]
    Zonder brieven zouden wij zijn als de mieren. Niets tegen mieren, maar ons rondhollen is rijker dan dat der mieren door de liefdesbrief en de bonsbrief, de bedelbrief en de lofbrief, de kettingbrief en de bombrief, de expresbrief en de rotbrief, door de opengestoomde en dichtgelakte brief, de aangetekende en ingezonden brief, de introductie- en afscheidsbrief, de anonieme en sollicitatiebrief, door reis-, vlei- en dreigbrief, dienst-, spiek- en liegbrief, ban-, brand- en lachbrief, door krabbel, email, codicil, kattebel. NRC Hugo Brandt Corstius 10 december 1999 [https://www.nrc.nl/nieuws/1999/12/10/wachten-op-de-ontploffing-7474102-a430796 Wachten op de ontploffing]
    Nu staan er op vergader-, feest- en hoogtijdagen schots en scheef de limousines van onze bewindslieden, alsof ze er zojuist zijn uitgestapt om een expresbrief te posten. NRC 4 februari 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/02/04/midlife-update-voor-bevallige-peugeot-607-3403141-a1321092 Midlife-update voor bevallige Peugeot 607]

Vertalingen

Engelsurgent document, express letter, express delivery