ezelskar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈezəlsˌkɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een boerenwagen getrokken door een ezel
    Maar je ziet ook veel verlaten en half overwoekerde industriële complexen. Een herder die zijn kudde geiten laat afkoelen in een stroom. Een ezelskar met hooi en twee kinderen erop, een vrouw die met een boodschappentas over de begroeide spoorlijn loopt. Iemand die vanuit de huiskamer vlees verkoopt. De Telegraaf JOLANDA JANSSEN 06 sep. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1062264/albanie-onverwacht-open Albanië; onverwacht open]
    Op een hete dag rijdt Fourera Soumana (55) met haar ezelskar –volgeladen met handgeweven matten– naar de markt in Djoga, in Niger, bij de grens met Burkina Faso. Fourera is weduwe. Ze is ook een succesvolle ondernemer. Ze startte haar bedrijf met een lening van 1,40 dollar (1 euro). Reformatorisch Dagblad Clasina van den Heuvel 20-09-2010 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/achter-%C3%A9%C3%A9n-vrouw-schuilt-een-legertje-werkers-1.243724 Achter één vrouw schuilt een legertje werkers]
    Uit de minaret vloeit de zalvende stem van de imam door de steegjes. Voorbijgangers trekken een ezelskar los uit het open riool. NRC Koert Lindijer 10 augustus 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/08/10/hoe-de-islam-opnieuw-de-sahel-verovert-1281298-a213687 Hoe de islam opnieuw de Sahel verovert]