Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fagottiste
vrouwelijk (de)/ΛfΙΙ£ΙΛtΙͺstΙ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (muziek) vrouw die de fagot bespeeltDe treurige tocht naar het strafkamp is het afdalen naar een hel vol modder, bloed en verraad, eindigend met de dood. Die wordt ruimschoots aangekondigd in het spel van fagottiste Marieke Stordiau op de contraforte: een driedubbel opgevouwen basfagot met een macaber geluid.
Etymologie
*afgeleid van "fagottist"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek