Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fagottiste

vrouwelijk (de)/ˌfΙ‘Ι£Ι”ΛˆtΙͺstΙ™/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, muziek (beroep) (muziek) vrouw die de fagot bespeelt
    De treurige tocht naar het strafkamp is het afdalen naar een hel vol modder, bloed en verraad, eindigend met de dood. Die wordt ruimschoots aangekondigd in het spel van fagottiste Marieke Stordiau op de contraforte: een driedubbel opgevouwen basfagot met een macaber geluid.

Etymologie

*afgeleid van "fagottist"