familie
vrouwelijk (de)/faˈmili/
Wat is de betekenis van familie?
familie betekent: (familie) groep mensen met (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) groep mensen met (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
- (biologie) taxon, een groep dieren of planten, onderdeel van een orde en bestaande uit een of meer geslachten
Voorbeelden van "familie" in een zin
- We zijn met de hele familie, inclusief alle klein- en achterkleinkinderen, naar de honderdste verjaardag van oma geweest.
- Misschien was Marjorie Quick een telg uit de familie Skelton en bekleedde ze hier een of andere onbezoldigde functie.
- Misschien zou ik me op een gegeven moment vervelen met alleen mijn eigen gedachten als vermaak. Of zou ik mezelf heel hard tegenkomen, ook al wist ik nog steeds niet precies wat hiermee bedoeld werd. Ik was immers de constante prikkels van Internet, Netflix, vrienden en familie om me heen gewend.
Etymologie
*Uit Latijn: familia
Vertalingen
Engelsfamily
Fransfamille
DuitsFamilie
Spaansfamilia
Italiaansfamiglia
Portugeesfamília
Russischcемья
Chinees家族
Japans家族
Koreaans가족
Arabischأسرة
Turksaile
Poolsrodzina
Zweedsfamilj
Deensfamilie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek