familiegoed

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van familiegoed?

familiegoed betekent: gebouw dat in het bezit van een familie is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebouw dat in het bezit van een familie is
  2. zaken die in het bezit zijn van een familie; erfelijke bezit

Voorbeelden van "familiegoed" in een zin

  • De zomer wilden zij op Vronski's grote familiegoed doorbrengen.