fantasmagorie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheel van door optische middelen tevoorschijn gebrachte figuren in een donker vertrek
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geestverschijning’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Vertalingen
Spaansfantasmagoría
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek