feestelijkheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bijeenkomst om iets fijns te vieren
    James Blake doet een 'Beyonceetje'. Ineens ploft een nieuwe plaat op de streamingplatforms: verrassing. Maar met die plotselinge verschijning houdt de feestelijkheid ook meteen op. Blake is op zijn derde album mistroostiger dan ooit.Volkskrant Robert van Gijssel 11 mei 2016

Etymologie

* afgeleid van feestelijk

Vertalingen

Engelsparty