feestvierster

mannelijk (de)/ˈfes(t)firstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die meedoet aan een feest
    In de loop van de avond wordt er wat voorzichtig geswingd op de natgeregende houten dansvloer, in de tuin. (…) "Lulkoek!" roept een dissidente feestvierster.
  2. vrouw die vaak of graag feest viert
    De 33-jarige Fergie, gescheiden van prins Andrew, de tweede zoon van koningin Elizabeth, probeert al enige tijd af te komen van haar repu[t]atie als frivole feestvierster.

Etymologie

* van "feestvieren"