festival

onzijdig (het)/ˈfɛstiˌvɑl/

Wat is de betekenis van festival?

festival betekent: een reeks optredens

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een reeks optredens
  2. feest (feest) een groot evenement met zang en dans en muzikale optredens

Voorbeelden van "festival" in een zin

  • In Nederland worden jaarlijks enkele grote festival gehouden.
  • Het werd de spannendste Eurovisie-ontknoping in vele jaren. Maar de uitkomst was die waar Nederland na 44 jaar naar smachtte: Duncan Laurence is winnaar van het Songfestival. Bijna een halve eeuw na de zege van Teach-in komt het festival volgend jaar weer naar Nederland. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 [https://www.tubantia.nl/dossier-duncan-wint-songfestival/duncan-doet-waar-nederland-na-44-jaar-naar-smachtte~afc527e7/ Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte]
  • Het drukbezochte festival Down the Rabbit Hole had afgelopen weekend te kampen met meerdere last-minute afzeggingen, onder meer wegens coronabesmettingen. Een optreden gaat wel vaker niet door op het laatste moment, maar corona heeft die kans vergroot. Wat gebeurt er als een artiest vlak voor het geplande optreden geen acte de présence op een festival kan geven?

Betekenis en uitleg van festival

Een festival is een grootschalig evenement dat vaak een viering is van muziek, kunst, cultuur of een specifieke traditie. Het is een gelegenheid waar mensen samenkomen om te genieten van optredens, workshops en andere activiteiten in een feestelijke sfeer.

Het woord 'festival' wordt vaak gebruikt in de context van muziekfestivals, filmfestivals of culturele festiviteiten. Festivals kunnen variëren van kleine lokale evenementen tot grote internationale bijeenkomsten. Ze zijn meestal seizoensgebonden en trekken bezoekers van verschillende achtergronden aan, wat bijdraagt aan een gevoel van gemeenschap en saamhorigheid.

Voorbeelden

  • Tijdens het jaarlijkse muziekfestival komen duizenden bezoekers samen om hun favoriete bands live te zien optreden.
  • Het filmfestival in Cannes is beroemd om zijn glamoureuze sfeer en de presentatie van nieuwe films.
  • Lokale ambachtslieden tonen hun creaties tijdens het kunstfestival, waar bezoekers ook workshops kunnen volgen.

Woordoorsprong

Het woord 'festival' komt van het Latijnse 'festivus', wat 'feestelijk' of 'verrijkt door een feest' betekent.

Veelgestelde vragen over festival

Wat is de betekenis van festival?

festival betekent: een reeks optredens

Hoeveel betekenissen heeft festival?

festival heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft festival?

festival is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je festival in een zin?

Voorbeeld: “In Nederland worden jaarlijks enkele grote festival gehouden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘groot (muziek)feest’ voor het eerst aangetroffen in 1872

Vertalingen

Engelsfestival, festival
Fransfestival, festival
DuitsFestspiele, Festival
Spaansfestival, festival