fietsen

/ˈfitsə(n)/

Wat is de betekenis van fietsen?

fietsen betekent: op een fiets rijden

Betekenis

werkwoord
  1. op een fiets rijden

Voorbeelden van "fietsen" in een zin

  • Zij fietst zo naar de markt.
  • Bij de balie van het hotel stond een kleine roze leenfiets waarop ik tevreden richting het winkelcentrum fietste.
  • Je hebt altijd een grafhekel aan fietsen gehad.

Betekenis en uitleg van fietsen

Fietsen is het voortbewegen op een fiets, een populair vervoermiddel dat niet alleen efficiënt is, maar ook bijdraagt aan de gezondheid en het milieu. Het is een manier van reizen die vaak wordt gebruikt voor zowel korte afstanden als langere tochten in de natuur.

Het woord 'fietsen' wordt vaak gebruikt in de context van recreatie, woon-werkverkeer of sport. In Nederland, waar fietsen een integraal onderdeel van de cultuur is, zie je het dagelijks in het verkeer. Het kan ook een sociale activiteit zijn, zoals samen met vrienden of familie een fietstocht maken.

Voorbeelden

  • Op zonnige zondagen gaan we vaak fietsen langs de rivier.
  • Hij fietst elke dag naar zijn werk om fit te blijven en de drukte van het openbaar vervoer te vermijden.
  • Tijdens de vakantie hebben we verschillende fietstochten gemaakt door de bossen en langs de kust.

Woordoorsprong

Het woord 'fietsen' is afgeleid van het woord 'fiets', dat zijn oorsprong vindt in het Franse 'vélocipède', een vroeg type fiets dat in de 19e eeuw populair werd.

Veelgestelde vragen over fietsen

Wat is de betekenis van fietsen?

fietsen betekent: op een fiets rijden

Hoe gebruik je fietsen in een zin?

Voorbeeld: “Zij fietst zo naar de markt.

Etymologie

*Afgeleid van fiets

Uitdrukkingen

  • Ga [toch] fietsen!Bekijk het maar; ga weg; laat mij met rust; zoek het maar uit

Vertalingen

Engelscycle
Fransfaire du vélo
DuitsRad fahren
Spaansmontar, montar en bicicleta
Zweedscykla