fietsen

/ˈfitsə(n)/

Wat is de betekenis van fietsen?

fietsen betekent: op een fiets rijden

Betekenis

werkwoord
  1. op een fiets rijden

Voorbeelden van "fietsen" in een zin

  • Zij fietst zo naar de markt.
  • Bij de balie van het hotel stond een kleine roze leenfiets waarop ik tevreden richting het winkelcentrum fietste.
  • Je hebt altijd een grafhekel aan fietsen gehad.

Etymologie

*Afgeleid van fiets

Uitdrukkingen

  • Ga [toch] fietsen!Bekijk het maar; ga weg; laat mij met rust; zoek het maar uit

Vertalingen

Engelscycle
Fransfaire du vélo
DuitsRad fahren
Spaansmontar, montar en bicicleta
Zweedscykla