fifties

meervoud/ˈfɪftis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jaren 1950 tot en met 1959
    Liefhebbers van de jaren 50 hebben de neiging om een jukebox in hun huiskamer te zetten, wat in de fifties helemaal niemand deed.

Etymologie

*, van "fifties"