filmdoek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stuk textiel waarop een film geprojecteerd wordt
    Wat was de filmtechniek erop vooruitgegaan nu er kleurenfilms zijn. De scène was al jarenlang een van de favorieten in haar repertoire. Aanvankelijk als zwijgende zwart-witfilm met pianobegeleiding achter het filmdoek.