filter
/fɪltər/
Wat is de betekenis van filter?
filter betekent: (scheikunde) (huishouden) een poreus voorwerp waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) (huishouden) een poreus voorwerp waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden
- (fotografie) (optica) voorwerp om een bepaald deel van het lichtspectrum tegen te houden (blauwfilter, geelfilter, kleurfilter, lichtfilter, roodfilter, polarisatiefilter, ultravioletfilter)
- (elektrotechniek) (elektronica) een apparaat dat trillingen van verschillende frequentie niet in gelijke mate doorlaat
- (informatica) software om de toegang tot ongewenste internetpagina's te verhinderen dan wel ongewenste e-mails te blokkeren (internetfilter, netfilter, pornofilter, spamfilter)
Voorbeelden van "filter" in een zin
- Met zo'n filter krijg je deze rommel zeker uit het water.
- Ik bood hem er een aan uit mijn lichtblauwe pakje Gauloises Brunes zonder filter en gaf hem vuur met mijn solid brass zippo.
- als de gaatjes in het filter groot zijn, spreekt men meestal van een zeef
- Vroeger waren condensatoren en spoelen onontbeerlijk voor de constructie van een goed filter
- met de komst van enigszins betaalbare computers ontstond het vakgebied digitale signaalverwerking hetgeen de mogelijkheden van filtertechnieken enorm vergrootte
Etymologie
*Via Frans en/of Duits ontleend aan Middeleeuws Latijn filtrum «zeefdoek», op zijn beurt ontleend aan een Germaans woord verwant aan vilt.
Vertalingen
Engelsfilter
Fransfiltre
DuitsFilter
Spaansfiltro, colador
Russischфильтр
Japans濾過器
Poolsfiltr
Zweedsfilter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek