filter

/fɪltər/

Wat is de betekenis van filter?

filter betekent: (scheikunde) (huishouden) een poreus voorwerp waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, huishouden (scheikunde) (huishouden) een poreus voorwerp waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden
  2. fotografie, optica (fotografie) (optica) voorwerp om een bepaald deel van het lichtspectrum tegen te houden (blauwfilter, geelfilter, kleurfilter, lichtfilter, roodfilter, polarisatiefilter, ultravioletfilter)
  3. elektrotechniek, elektronica (elektrotechniek) (elektronica) een apparaat dat trillingen van verschillende frequentie niet in gelijke mate doorlaat
  4. informatica (informatica) software om de toegang tot ongewenste internetpagina's te verhinderen dan wel ongewenste e-mails te blokkeren (internetfilter, netfilter, pornofilter, spamfilter)

Voorbeelden van "filter" in een zin

  • Met zo'n filter krijg je deze rommel zeker uit het water.
  • Ik bood hem er een aan uit mijn lichtblauwe pakje Gauloises Brunes zonder filter en gaf hem vuur met mijn solid brass zippo.
  • als de gaatjes in het filter groot zijn, spreekt men meestal van een zeef
  • Vroeger waren condensatoren en spoelen onontbeerlijk voor de constructie van een goed filter
  • met de komst van enigszins betaalbare computers ontstond het vakgebied digitale signaalverwerking hetgeen de mogelijkheden van filtertechnieken enorm vergrootte

Etymologie

*Via Frans en/of Duits ontleend aan Middeleeuws Latijn filtrum «zeefdoek», op zijn beurt ontleend aan een Germaans woord verwant aan vilt.

Vertalingen

Engelsfilter
Fransfiltre
DuitsFilter
Spaansfiltro, colador
Russischфильтр
Japans濾過器
Poolsfiltr
Zweedsfilter