Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fis-groot
onzijdig (het)/se'ɣrot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) het akkoord fis - aïs - cis, de grote drieklank op de eerste trap van de Fis-grotetertstoonladderHet akkoord heet Fis-groot naar de grote terts: fis - aïs.
- (muziek) de toonsoort waarvan #1 het grondakkoord isEen wals in Fis-groot.
Etymologie
* (samenkoppeling) van Fis en groot
Vertalingen
EngelsF-sharp major, F-sharp major
Fransfa dièse majeur, fa dièse majeur
DuitsFis-Dur, Fis-Dur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek