flauw
flɑu
Wat is de betekenis van flauw?
flauw betekent: zonder smaak, meestal door een gebrek aan zout
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- zonder smaak, meestal door een gebrek aan zout
- in overdrachtelijke zin smakeloos
- weinig enthousiast
- zwak
- slap zonder kracht
Voorbeelden van "flauw" in een zin
- Deze flauwe hap kan wel wat zout gebruiken.
- Hij haalt soms de flauwste grappen uit.
- ' 'Wat zeg je?' 'Ik was dronken en maakte een flauw grapje.
- Met een flauw lachje zei ze: 'Ik hoop voor u dat het het eerste is.
- Ze vond het een flauw verweer.
Etymologie
via Middelnederlands flau van Oudfrans flo / flou "vermoeid, uitgeput", in de betekenis van ‘niet hartig, niet krachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Vertalingen
Engelscorny, tasteless, stale, bland, lame
Fransinsipide, fade
Spaanssoso, insípido
Duitsschales
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek