flauwerd

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van flauwerd?

flauwerd betekent: iemand die bang is voor alles en niets durft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die bang is voor alles en niets durft
  2. een vervelend persoon die minder geslaagde grapjes maakt

Voorbeelden van "flauwerd" in een zin

  • Kozená zingt fraai, maar mankeert de vranke lichaamstaal die de titelrol vereist. Ook Kaufmann krijgt niet echt greep op zijn partij: zijn Don José blijft een angsthazige flauwerd. De Escamillo van dienst is meer Roemeense maffiabaas dan Spaanse seksbom. Een typisch studioproduct: smetvrij maar bloedeloos. De Standaard 08 SEPTEMBER 2012 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120906_00286256 Carmen - Bizet]
  • De vader stond op en gaf me een hand. „Hendrik Tielemans. Henk voor vrienden, maar noem jij mij nog maar even meneer Tielemans.” „Wat kan jij toch vervelend zijn, Henk,” zei Jolanda’s moeder en stond op. „Let maar niet op hem, Driss. Het is toch zo’n flauwerd.”Daarna gaf ze me een hand en zoende me op de wangen. „Noem mij maar gewoon Ria. Maar kom, laten we aan tafel gaan, het eten wordt koud.” NRC 22 oktober 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/10/22/woensdag-gehaktdag-11800798-a570634 Woensdag gehaktdag]

Betekenis en uitleg van flauwerd

Het woord 'flauwerd' verwijst naar iemand die vaak flauwe grappen maakt of zich komisch gedraagt, maar dit meestal op een manier die niet echt grappig is. Het is een informele term die vaak met een knipoog wordt gebruikt om iemand te beschrijven die de sfeer probeert te verlichten, maar het nét niet goed doet.

Je gebruikt 'flauwerd' vaak in een luchtige, speelse context, bijvoorbeeld onder vrienden of in informele gesprekken. Het kan zowel een milde kritiek zijn op iemand die te ver gaat met zijn grappen, als een schertsend compliment voor iemand die gewoon probeert te entertainen. De nuance is dat het woord soms een beetje denigrerend kan zijn, afhankelijk van de toon waarop het wordt gezegd.

Voorbeelden

  • Hij dacht dat hij de grappigste flauwerd van de klas was, maar zijn grappen zorgden alleen voor ongemakkelijke stiltes.
  • Tijdens het diner was mijn oom de flauwerd van het gezin, met zijn eeuwige woordgrappen die niemand meer kon waarderen.
  • Ze noemde haar broer een flauwerd toen hij weer een slechte mop vertelde, maar stiekem kon ze erom lachen.

Woordoorsprong

Het woord 'flauwerd' is afgeleid van 'flauw', wat betekent dat iets niet meer interessant of spannend is, en de uitgang '-erd' suggereert een persoon die deze eigenschap vertoont. Het heeft zijn oorsprong in de informele spraak en is populair geworden in de omgangstaal.

Veelgestelde vragen over flauwerd

Wat is de betekenis van flauwerd?

flauwerd betekent: iemand die bang is voor alles en niets durft

Hoeveel betekenissen heeft flauwerd?

flauwerd heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft flauwerd?

flauwerd is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van flauwerd?

Synoniemen van flauwerd zijn: bangerd, lafbek, labbekak, flauwerik, angsthaas.

Hoe gebruik je flauwerd in een zin?

Voorbeeld: “Kozená zingt fraai, maar mankeert de vranke lichaamstaal die de titelrol vereist. Ook Kaufmann krijgt niet echt greep op zijn partij: zijn Don José blijft een angsthazige flauwerd. De Escamillo van dienst is meer Roemeense maffiabaas dan Spaanse seksbom. Een typisch studioproduct: smetvrij maar bloedeloos. De Standaard 08 SEPTEMBER 2012 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120906_00286256 Carmen - Bizet]

Etymologie

* afleiding van flauw