flessentrekker

mannelijk (de)/ˈflɛsə(n)ˌtrɛkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand die mensen geld afhandig maakt door ze te bedriegen
    Al bij leven was Barnum als flessentrekker minstens even berucht als zijn (Nederlandse!) leerling Tom Parker, de manager van Elvis Presley, die mussen geel verfde en ze als parkiet verkocht. Zijn eerste grote ontdekking, Joice Heth, was al doorgestoken kaart. Deze blinde negerin werd door Barnum voorgesteld als de 161-jarige kinderjuffrouw van George Washington. Uit het post mortem bleek evenwel dat zij hooguit 80 jaar geweest kon zijn.
  2. spottend (spottend) iemand uit Vlissingen
    De Vlissingers hadden namelijk in die tijd de bijnaam "flessentrekkers", zoals Middelburgers "maanblussers" werden genoemd.

Etymologie

**[2] vermoedelijk een verwijzing naar het gemeentewapen waarin een fles is afgebeeld