flikkering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. levendige, glinsterende terugkaatsing van licht
    Frode keek me strak aan. Groene ogen met een blauwe flikkering. Blonde wenkbrauwen. Een patroon van vlekjes op zijn neus en wangen, dat ik nu pas goed zag.

Etymologie

* van flikkeren

Vertalingen

Engelsflash, scintillation, flickering