floëem

onzijdig (het)/floˈem/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het levende gedeelte van de vaatbundels in planten
    Het floëem is beschadigd door de chemische stoffen.

Etymologie

*Komt van het Duitse woord Phlöem en van het Oudgriekse woord φλόος (floos), wat "bast" betekent.

Vertalingen

Engelsphloem