Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fluo
mannelijk (de)/ˈflywo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) kleur die lijkt op te lichten door een versterkte weerkaatsing van invallend lichtWe gaan all out met de fluo: de lijnen, het net, de bal, en zelfs een aangepaste fluo-menu met lichtgevende drankjes in de cafetaria!De iets timidere modeklant treft halve maatregelen en maakt daar gewoon een trui, rok of broek in een knetterfelle tint van. Tip: ga niet stunten met meerdere fluo’s in één outfit, maar kies voor een nuchtere steunkleur als beige, wit, zwart of denimblauw.
- (kleding) hesje dat een fluorescerende kleur heeftVanaf maandag kunnen we stickers verdienen. Wie de fluo aanheeft, verdient een sticker op zijn persoonlijke kaart. Fietsers die ook een helm dragen, verdienen een extra sticker!“Met de donkere herfst- en winterdagen in het vooruitzicht hopen wij dat onze leerlingen en leerkrachten hun fluo’s blijven dragen”, zegt Axel Caron, onderwijzer/beleidsmedewerker.
- (informeel) stift die met fluorescerende inkt schrijft, vaak gebruikt om belangrijke tekst te markerenBoonen heeft vooral de "heilige wielerweek" met dikke fluo aangestipt. "3 april (de Ronde) en 10 april (Parijs-Roubaix) zijn de twee belangrijkste dagen van mijn voorjaar."Mijn dochter die heeft het bijvoorbeeld voor de nieuwe rage van pastel fluostiften. Mooi, en voor mij ook helemaal ok, want ik zie dat ze die ook gebruikt. Mijn jongens daarentegen gebruiken enkel geel. Bij het begin van het schooljaar koop ik voor elke tiener hier in huis (en dat zijn er 3!) een pakje fluo’s die ze zelf kiezen, niet meer maar ook niet minder. Die liggen in hun bureau en zijn voor hen afzonderlijk.
Etymologie
*(verkorting) van woorden samengesteld met het voorvoegsel fluo- "fluorescerend"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek