fluwelen
Wat is de betekenis van fluwelen?
fluwelen betekent: van fluweel vervaardigd
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- van fluweel vervaardigd
zelfstandig naamwoord
- meervoud van het zelfstandig naamwoord fluweel
Voorbeelden van "fluwelen" in een zin
- ' Ze gebaart naar haar oude kamer, de aftandse fluwelen bedgordijnen, de ananas en het ingebakerde kindje op de lakens.
Etymologie
Afgeleid van fluweel met het achtervoegsel -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek