Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fnazelen

/ˈfnazələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr, verouderd (intr) (verouderd) uitlopen in afzonderlijke vezels
    Dan blijken haar argumenten ineens te fnazelen als de pijpen van de skaterbroek.
    Tot de ingewanden ingelaten zynde, vonden wy na het uitscheppen van het buikwater, het binnenste van de penssak zwart beslagen, en aen't fnazelen; (…)

Etymologie

*afgeleid van fnazel