frambozengelei

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een jam waarin frambozen zijn verwerkt
    De verse broodjes roken overheerlijk, aan de gelige, op een bedje van aardbeiblaadjes opgediende boterkrullen kleefden glanzende waterdruppeltjes en als ik met mijn elleboog tegen de tafel stootte, drilde de doorzichtige, talrijke minuscule zaadjes bevattende frambozengelei zachtjes.
  2. een jam met een frambozensmaak