franchisenemer

mannelijk (de)/ˈfrɛntʃɑjsˌnemər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ondernemer die een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) en zo het recht heeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren
    Franchisenemers van pizzaketen Papa John's zijn naar de rechter gestapt. Ze zeggen door de keten te zijn misleid en bedrogen, en leggen daarom beslag op ruim 4 miljoen euro van het Nederlandse hoofdkantoor.
    De franchisegever moet voordat een contract wordt getekend extra informatie geven aan de franchisenemer. En franchisenemers krijgen meer zeggenschap: als een bedrijf bepaalde aanpassingen wil doen aan een formule moet een meerderheid van de franchisenemers daarmee instemmen.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van franchise en de stam van nemen