fransoos
mannelijk (de)/frɑnˈsos/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) minachtende benaming voor iemand met de Franse nationaliteitWat denken die fransozen wel!
Etymologie
*via Middelnederlands "Frantsois" van "françois", in de betekenis van ‘Fransman (minachtend)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
EngelsFrenchy, Frog
Fransfrouze
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek