friet
mannelijk/vrouwelijk (de)/frit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) de benaming voor een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')Al dagen fantaseerde ik wat ik zou gaan bestellen: een dubbele hamburger met kaas, augurken en ketchup en hopelijk hadden ze ook mayo voor bij de friet. Het water liep me spontaan in de mond als ik dacht aan een vanille milkshake en cola met ijs.
Etymologie
* pseudo-Frans
Vertalingen
EngelsChips, French fries
Fransfrite
DuitsFritten, Pommes frites
Spaanspatatas fritas
Italiaanspatate fritte
Japansフライドポテト
Turkspatates kızartması
Poolsfrytki
Zweedspommes frites
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek