frietkraam

/ˈfritkram/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eetgelegenheid waar vooral frieten (en soms ook andere snacks) verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse sauzen

Vertalingen

DuitsPommesbude, Frittenbude
Spaansfriterie