frituur
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zaak waar men gefrituurde zaken verkooptDe frituur is open, hoor.Vraag het aan Gentenaar Geert Claus, uitbater van frituur Emily’s, hoe zwaar het is. Hij legt de laatste meters te voet af, met de fiets aan de hand.
- hete olie waarin men iets onderdompelt en baktIk heb het even in de frituur gegooid.
Etymologie
*afgeleid van het Franse friture [https://fr.wiktionary.org/wiki/friture Wiktionnaire]
Vertalingen
Fransfriture
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek