frons
mannelijk/vrouwelijk (de)/frɔns/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) (valkerij): een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet (Trichomonas gallinae)
- (f)/(m): rimpel in het gelaat, die vaak een uitdrukking van verbazing of ongeloof is
- (n) (dierkunde): deel van de kop van een insect gelegen tussen beide antennes
Vertalingen
Engelsfrounce, roup, canker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek