fruitboer
mannelijk (de)/'frœydbur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) persoon die professioneel fruit (zoals appels, peren, kersen, bessen) verbouwt, kweekt en oogst, meestal met als doel de verkoop ervan aan de markt, groothandel of consument
- (handel) persoon met een fruitwinkel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek