Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fuutkoeten
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kraanvogelachtigen) een kleine vogelfamilie die een aantal zwemvogels omvat die het midden lijken te houden tussen een fuut en een koet. Er zijn drie soorten, die in Afrika, Azië en Zuid-Amerika voorkomen. Gemeenschappelijke kenmerken zijn: een lange hals, korte poten met gelobde zwemvliezen en een stevig en dicht verenkleed
Etymologie
* "fuutkoet" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek