gaarkeuken

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een instelling die in tijden van honger en gebrek tracht door het beschikbaar stellen van gratis voedsel de nood te lenigen

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘spijshuis’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelssoup kitchen
Franssoupe populaire
DuitsGarküche
Spaanscocina económica
Turksaşevi, aşhane