ganzenlever
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɑnzə(n)ˌlevər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- , (voeding) orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een gans , na het slachten vaak gegeten als delicatesseOnze ganzenlever is trouwens bijzonder. Die komt uit de Extremadura, Spanje, van vrije uitloopganzen die zaden, gras en eikels eten. Totaal anders dan de Franse foie gras.
Vertalingen
Engelsgoose liver
Fransfoie d'oie
DuitsGänseleber
Spaanshígado de ganso
Italiaansfegato d'oca
Russischгусиная печень
Zweedsgåslever
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek