gapper
mannelijk (de)/ˈɣɑpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die steeltMijn moeder werkte daar in de kantine. Voor een appel, een ei en een kop koffie wel te verstaan, want terwijl elders langs de amateurvelden nog weleens een envelop-met-inhoud werd doorgegeven, was DCG een in en in keurige vereniging, ook al werd in de volksmond beweerd dat de clubnaam niet stond voor ‘Door Combinatie Groot’ maar voor ‘De Centen Gappers’.
Etymologie
* van gappen
Vertalingen
Engelssnatcher, lifter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek