jatter
mannelijk (de)/ˈjɑtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (pejoratief) iemand die steeltHet Gelderse Bemmel wordt geteisterd door dieven die kerstversiering stelen. Een gedupeerde richt zich bij WNL tot de jatters. De Telegraaf 21 dec. [https://www.telegraaf.nl/video/1464127/emotionele-oproep-aan-dief-geef-mijn-kerstkrans-terug Emotionele oproep aan dief: ‘Geef mijn kerstkrans terug’]
Etymologie
*afgeleid van jatten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek