steler

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die anderen iets afneemt
    162 kilometer later bleek het koersverloop heel anders. Met dank aan de steler van de show, Peter Sagan. Samen met teamgenoot Maciej Bodnar en Chris Froome en Geraint Thomas ging de Slowaak er 15 kilometer voor de finish vandoor.
    Er is de politie veel aan gelegen om helers uit te roeien. Zonder heler immers geen steler. En daarom is er het landelijke opkopersregister dat is gekoppeld aan een databank met alle gestolen goederen.

Etymologie

* van stelen

Uitdrukkingen

  • de heler is zo goed als de stelereen heler is net zo verantwoordelijk voor een roof als de dief zelf

Vertalingen

Engelsthief