gardeofficier

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bevelhebber van keurtroepen
    Op hetzelfde moment verschenen achter haar in de deuropening een student met een frambozenrode kraag, een gardeofficier, een vijftienjarig meisje en een mollig jongetje met rode wangetjes in een speelpakje.
    Buurtbewoners vonden er naar eigen zeggen de afgelopen jaren oude munten uit die tijd in hun tuin, waaronder een „Louis d’Or". D’Artagnan was gardeofficier van de Franse Zonnekoning Lodewijk (Louis) XIV, die de belegering van Maastricht persoonlijk leidde. De Fransen bezetten Maastricht vervolgens van 1673 tot 1679.