garderobe

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) voorraad kleren
    Ik moest volledig zelfvoorzienend zijn en het leek alsof ik een nieuw huis moest kopen met keuken, slaapkamer en een geheel vernieuwde garderobe.
  2. kleding, huishouden (kleding), (huishouden) bewaarplaats voor kleren

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans (in het Frans zelf is vooral de schrijfwijze garde-robe gangbaar). In de betekenis van ‘klerenbewaarplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588

Vertalingen

Engelscloakroom
DuitsKleidervorrat, Garderobe, Kleideraufbewahrung
Spaansindumentaria, ropaje, guardarropa