gastdocentschap
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van gastdocentschap?
gastdocentschap betekent: het hebben van een tijdelijke aanstelling als docent op uitnodiging van een onderwijsinstelling
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het hebben van een tijdelijke aanstelling als docent op uitnodiging van een onderwijsinstelling
Voorbeelden van "gastdocentschap" in een zin
- Er was een nieuw boek uit, en ik nam weer lezingen aan. En dat niet alleen: ook een wekelijkse column, het gastdocentschap, een essay in opdracht... nog afgezien van het liggende werk.
- Uit het onderzoek blijkt dat het vaak om onbeduidende nevenactiviteiten gaat, bijvoorbeeld een gastdocentschap of het voorzitterschap van de lokale golfclub. Andere nevenfuncties liggen echter gevoeliger. Sommige rechters gaven niet op dat ze ook actief zijn als advocaat of dat ze een commercieel rechtskundig adviesbureau hebben.
Veelgestelde vragen over gastdocentschap
Wat is de betekenis van gastdocentschap?
gastdocentschap betekent: het hebben van een tijdelijke aanstelling als docent op uitnodiging van een onderwijsinstelling
Welk woordgeslacht heeft gastdocentschap?
gastdocentschap is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je gastdocentschap in een zin?
Voorbeeld: “Er was een nieuw boek uit, en ik nam weer lezingen aan. En dat niet alleen: ook een wekelijkse column, het gastdocentschap, een essay in opdracht... nog afgezien van het liggende werk.”
Etymologie
* afleiding van gastdocent
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek