geleider

mannelijk (de)/ɣəˈlɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, elektrotechniek (natuurkunde) (elektrotechniek) materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaat
    Metalen, maar ook zoutoplossingen zijn goede geleiders, zij het om verschillende redenen.
  2. natuurkunde (natuurkunde) materiaal dat iets anders doorlaat dan elektriciteit, zoals warmte of geluid, warmtegeleider
    De dokter smeerde wat gelei op haar buik als geleider voor de ultrasone trillingen.
  3. techniek (techniek) elk van de delen van instrumenten die dienen om een ander deel in zijn beweging te geleiden
  4. persoon die wat geleidt

Etymologie

* van geleiden

Vertalingen

Engelsconductor, conductor
DuitsLeiter, Leiter
Spaansconductor, conductor, guía