geleider
mannelijk (de)/ɣəˈlɛidər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) (elektrotechniek) materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaatMetalen, maar ook zoutoplossingen zijn goede geleiders, zij het om verschillende redenen.
- (natuurkunde) materiaal dat iets anders doorlaat dan elektriciteit, zoals warmte of geluid, warmtegeleiderDe dokter smeerde wat gelei op haar buik als geleider voor de ultrasone trillingen.
- (techniek) elk van de delen van instrumenten die dienen om een ander deel in zijn beweging te geleiden
- persoon die wat geleidt
Etymologie
* van geleiden
Vertalingen
Engelsconductor, conductor
DuitsLeiter, Leiter
Spaansconductor, conductor, guía
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek