geloofsleer
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (politiek) uiteenzetting van de inhoud van het geloof, kerkgenootschap of persoonDe Congregatie voor de Geloofsleer wijst op de onverenigbaarheid van de euthanasienota van de Broeders van Liefde met de leer van de kerk. In een brief stelde kardinaal Joao Braz de Aviz, prefect van de Congregatie voor de Instituten van Gewijd Leven, concrete maatregelen voor.de Standaard 9 AUGUSTUS 2017De Amerikaanse afdeling mag bijvoorbeeld niet deelnemen aan beslissingen over de geloofsleer of het functioneren van de kerk.Tubantia 15-JANUARI-2016Toch gaat de wethouder met de betreffende moskeeën praten. Hij verwacht van religies dat zij 'vanuit barmhartigheid'onderwijs in de geloofsleer uit eigen zak betalen. 'Het geld dat moskeeën op deze manier ontvangen, kunnen die kinderen niet meer gebruiken om schoolspullen te kopen of een fiets om mee naar school te rijden.'Volkskrant Tjerk Gualthérie Van Weezel Kaya Bouma 9 december 2016
Vertalingen
Engelsversion, dogma, religious doctrine
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek