geluidsbron

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈlœytsbrɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat geluid produceert
    Overrompeld en in verwarring gebracht blijven we staan, hergroeperen ons en draaien ons in de richting van de geluidsbron.
    In werelddelen als Afrika, Zuid-Amerika en een land als Rusland is de muziekcassette voor velen nog steeds een belangrijke geluidsbron. In West-Europa en Amerika is die vrijwel verdwenen. Zo staat er in de VS nog maar één cassettefabriek.

Vertalingen

Engelssource of noise, sound source