geluidsgolf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈlœytsxɔlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) een zich ruimtelijk voortplantende trilling (golf) van moleculen van lucht of een ander medium
    De mens kan geluidsgolven horen tussen de 20 en 20.000 Hz.

Vertalingen

Fransonde acoustique