geluk
Wat is de betekenis van geluk?
geluk betekent: toevallige meevaller
Betekenis
- toevallige meevaller
- prettige gemoedstoestand waarin men tevreden is met zichzelf en met de omgeving
Voorbeelden van "geluk" in een zin
- Die zal ze eerst nuffig weigeren natuurlijk, maar met een beetje geluk knabbelt ze er toch een beetje van, waardoor' ze wat minder prikkelbaar wordt.
- Het was een geluk geweest dat Joy zich na het eten uit de voeten had gemaakt en lang wegbleef, waardoor ik een tijdje alleen op de kamer was en rustig kon bellen.
- Dat kon ook niet anders, als je haar geluk en angst en verwondering zag over het feit dat ze een kind in zich droeg, zoiets moois, dat zo'n goede moeder zou krijgen.
- Hij kon zijn geluk niet op; Isaac Robles in zijn schuilplaats en zijn kale zusje dat hem een wapen overhandigde.
Betekenis en uitleg van geluk
Geluk is dat fijne gevoel van blijdschap en tevredenheid dat je ervaart wanneer alles op zijn plek valt. Het kan voortkomen uit kleine momenten, zoals een lach van een vriend, of uit grote gebeurtenissen, zoals het behalen van een belangrijke mijlpaal.
Je gebruikt het woord 'geluk' vaak om een positieve emotie of situatie te beschrijven. Het kan zowel tijdelijk zijn, zoals het genieten van een zonnige dag, als langdurig, zoals een gelukkige relatie. Geluk is subjectief; wat de ene persoon gelukkig maakt, kan voor een ander minder betekenisvol zijn.
Voorbeelden
- Na maanden van hard werken voelde ze eindelijk het geluk toen ze haar diploma ontving.
- Een wandeling in het bos kan voor veel mensen een moment van geluk zijn, weg van de drukte van het dagelijks leven.
- Zijn geluk was voelbaar toen hij zijn oude vrienden weer zag na jaren van afwezigheid.
Veelgestelde vragen over geluk
Wat is de betekenis van geluk?
geluk betekent: toevallige meevaller
Hoeveel betekenissen heeft geluk?
geluk heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft geluk?
geluk is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je geluk in een zin?
Voorbeeld: “Die zal ze eerst nuffig weigeren natuurlijk, maar met een beetje geluk knabbelt ze er toch een beetje van, waardoor' ze wat minder prikkelbaar wordt.”
Etymologie
* van lukken
Uitdrukkingen
- Het geluk is met de dommen — Mensen die dom en/of onhandig zijn, hebben zoveel geluk dat ze het er toch goed vanaf brengen (ofwel: je hebt eigenlijk meer aan puur geluk dan aan gezond verstand)
- Ongeluk in het spel, geluk in de liefde — Wie pech heeft in iets onbelangrijks kan geluk hebben bij iets belangrijkers
- Zijn geluk niet op kunnen — Maximaal blij zijn