ongeluk
onzijdig (het)/ˈɔŋɣəˌlʏk/
Wat is de betekenis van ongeluk?
ongeluk betekent: een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen
- onaangename toestand
- zonder dat het de bedoeling was; onopzettelijk
Voorbeelden van "ongeluk" in een zin
- Het ongeluk op dit kruispunt eiste drie doden.
- Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen zijn bij de laatste fase van het storten, toen het ongeluk plaatsvond.
- Hij is voor het ongeluk geboren.|Hij heeft altijd pech.
- Per ongeluk een glas laten vallen.
- De vlucht vanuit Manchester naar Islamabad (Pakistan) werd 7 uur vertraagd nadat een passagier per ongeluk een nooduitgang opende in plaats van de toiletdeur. Het voorval gebeurde net voor het opstijgen, waardoor de evacuatieglijbaan in werking trad. Tubantia Florian van Impe 10-06-19 [https://www.tubantia.nl/buitenland/vrouw-opent-per-ongeluk-nooduitgang-in-plaats-van-toilet-vlucht-7-uur-vertraagd~add9ba3a/ Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd]
Etymologie
*Afgeleid van geluk
Uitdrukkingen
- Als er eenmaal iets misgaat, gaat er meer mis.
- [1] Een ernstig ongeluk. — Een groot ongeluk.
- [1] Een ongeluk hebben. — Een persoon is aangereden, maar leeft nog.
- [3] Per ongeluk. — Niet bewust gewild.
- [2] ongeluk in het spel, geluk in de liefde — wie pech heeft in iets onbelangrijks kan geluk hebben bij iets belangrijkers
- [2] je een ongeluk werken, fietsen, sporten, graven enz. enz. — iets zo heftig doen dat het niet meer leuk is
Vertalingen
Engelsaccident, mishap
Fransaccident
DuitsUnfall, Unglück
Spaansaccidente
Turkskaza
Poolswypadek
Zweedsolycka
Deensuheld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek